schengend-of-de-fiets

‘Schengend’ of de fiets…

Jaren geleden race-fietste ik veel met mijn destijdse partner. Na het werk stond de fiets opgepompt in juiste bar klaar, route was uitgestippeld en tijd vastgesteld. Het viel me toen al op dat ik licht gespannen aan de rit begon. Haal ik het wel, krijg ik geen hongerklop en heb ik wel goeie benen vandaag. Avonden van 40, 50 km waren niks. En in de weekenden er nog een schep bovenop. Het daagde me uit en toch ook weerhield me iets. Dat ‘iets’ schoof ik aan de kant.

Op mijn werk, ná lunchtijd, was ik nog niet klaar met eten. Repen chocola, muesli en wat dan ook sloeg ik naar binnen. Mijn collegae waren verbaasd, elke dag weer, van de hoeveelheden die ik verorberde.

Zodra ik op de fiets stapte voelde ik de innerlijke spanning in me opkomen. Het duurde de eerste berg voordat ik er niet meer over na hoefde te denken. En dan begon het ploegen. Elke berg, of ik hem nou vaak reed of voor het eerst, het was telkens weer een uitdaging. Ik wilde en zou mijn prestaties verbeteren. Teleurstelling, als het niet lukte zoals ik dat wilde. En lukte het wel, dan vond ik dat ik een tandje harder had moeten rijden, om ’s-nachts met trillende benen en rusteloos in bed te liggen.

Totdat ik me afvroeg voor wie ik eigenlijk fietste. Was het voor mezelf, of wilde ik erkenning, wat dreef me tot uitersten? Wat het ook is, voor wie ik het ook deed maakte niet uit. Wat wel uitmaakte was dat mijn prestatiedrang elke rit weer een overwinning vierde. Mijn prestatiedrang kende geen grenzen. Het had de overhand, het was nooit goed genoeg, de ondergang lag op de loer. En ik stopte met fietsten.

Dat ‘iets’ wat ik destijds resoluut aan de kant had geschoven, speelde me parten. Dat ‘iets’ wat me wilde zeggen, geniet van elke rit, geniet van de omgeving, geniet samen met de ander van die tocht, je doet het voor jezelf. Dat ‘iets’, hoe klein ook, was krachtig genoeg om mijn alarmbellen te blijven doen rinkelen totdat ik bereid was ze te horen.

Ik overwon mezelf, jaren later pas en stapte weer op de racefiets. Het was een mentaal gevecht. Dit had niks met fietsen te maken. Ik voelde de innerlijke spanning in me opkomen. Fysiologisch en psychologisch ging mijn lichaam in de prestatiehouding. Huilend heb ik de eerste ritten gefietst, de teleurstelling van al die jaren zat mee op de fiets en dan al die vragen die in me opkwamen, ‘hoe had de prestatiedrang zo’n grip op mij gehad’. ‘Hoe had de angst om niet goed genoeg te zijn mijn leven beheerst en me tot uitersten gedreven’. Ik had verloren en ik fietste nu een weg terug naar mezelf.

Gedragsverandering is de mooiste ontwikkeling van ons menszijn. Ik heb me er door leren verdiepen en gezien hoe belangrijk het is je grenzen te kennen en ze ook durven te verleggen in een ander functioneler gedrag.

Met dank aan de trainer van de mediation opleiding Merlijn. Ik zie me nog staan op die trappen van het voormalig stadhuis in Nuland / DenBosch waar ik de opleiding volgde en hij me liefdevol erop attent maakte dat ik onbegrensd was. Waar is je grens Elianne, waar heb je de lat liggen, waar geniet jij nog van?
En nu begeleid ik mensen binnen teams hun eigen grenzen kenbaar te maken en een persoonlijk Schengen-agreement te tekenen.

En als het even kan ga ik ‘Schengend op de fiets’, berg op en dan toch genieten.